Strategie: het nieuwe waterdenken – waterprincipes

Uitdagingen als klimaatverandering en energietransitie vragen om een nieuwe manier van denken – en doen – over inrichting, gebruik en beheer van onze leefomgeving en de rol van water daarin. Dit nieuwe ‘waterdenken’ verbindt water aan klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, en vooral aan onze partners.

Het nieuwe waterdenken vraagt om een integrale en duurzame benadering. Zie onderstaand denkraam: BOVI2050 vanuit drie perspectieven.

Waarom deze drie-eenheid? De integrale en duurzame benadering van water schept voorwaarden voor menselijk handelen. Dit handelen is primair van invloed op eenzelfde gebied, met daarbinnen het gebruik en beheer van water door het netwerk van actoren. Doel is het vormgeven van het nieuwe waterdenken: de transitie naar water vasthouden én schoonhouden via participatie.

Brongericht

Bij brongericht gaat het om ketenbeheer, het sluiten van kringlopen, cradle to cradle en de synergie tussen verschillende stromen. Zo winnen wij niet alleen warmte terug uit afvalwater maar winnen wij ook grondstoffen bij de zuivering van afvalwater. Grondstoffen die weer worden ingezet bij de voedselstroom of de productie van nieuwe materialen. Bij brongericht gaat het er ook om oppervlaktewater in het gebied zelf te laten circuleren van schoon naar minder schoon, in combinatie met natuurlijke zuivering en natuurvriendelijke oevers.

 

Gebiedsgericht

Bij gebiedsgericht gaat het erom mogelijkheden van het lokale landschap te benutten, de lagen in de (diepe) ondergrond, ook wel de lagenbenadering genoemd. Wanneer regionaal en lokaal rekening wordt gehouden met de ondergrond dan is het stroomgebied van water een belangrijke drager van de kwaliteit van de leefomgeving boven de grond.

 

Actorgericht

Bij actorgericht gaat het om samenwerking tussen groepen private- en publieke belanghebbenden zoals projectontwikkelaars, gemeenten, provincies, kennisinstellingen maar ook bewonersverenigingen, woningbouwcorporaties, natuur- en landschapsorganisaties of een verzekeringsmaatschappij. De Omgevingswet spreekt ook wel van co-actorschap. Onze maatschappelijke partners hebben verschillende rollen en bevoegdheden in het planproces van initiatief, ontwerp, inrichting naar gebruik en beheer van de leefomgeving. Slimme vormen van vroegtijdige samenwerking in plannen leiden vaak tot nieuwe inzichten en kansen. Dit wordt ook wel sociale innovatie genoemd.

De drie-eenheid verbindt ook verschillende disciplines met elkaar. Civiel-technici, watertechnologen, hydrologen, ecologen, planologen, landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen, economen en beleidsmakers moeten interdisciplinair leren met elkaar te tekenen, rekenen en bespreken. In de geest van de Omgevingswet elkaars taal leren spreken is dan ook een belangrijke voorwaarde voor co-creatief samenwerken. In het bijzonder voor waterschappen, die van oudsher technisch-operationele organisaties zijn.

 

Waterbeheer anno nu

Sinds mensenheugenis is waterbeheer in onze delta aan verandering onderhevig. Dit als gevolg van nieuwe, technologische ontwikkelingen, optimalisatie van landgebruik, stedelijke ontwikkeling, bevolkingsgroei en klimaatverandering.

 

In de loop van de vorige eeuw was het uitgangspunt van waterbeheer 1.0 het snel en veel afvoeren van water en het aanvoeren van gebiedsvreemd water bij watertekorten.

Waterbeheer 2.0 is gericht op de zoektocht naar ruimte voor water en de systeembenadering. Wij hebben de verandering doorgemaakt van beheersen naar beheren.

Waterbeheer 3.0 heeft nu de integrale, duurzame benadering van het watersysteem als uitgangspunt. Waterkwaliteit, waterkwantiteit, systeembenadering en ruimte worden nog complexer door de synergie te zoeken met opgaven waar we als waterschap niet direct verantwoordelijk voor zijn maar waarvoor we ons wel verantwoordelijk voelen. Dit kunnen ook opgaven zijn die buiten ons beheersgebied liggen, water kent immers geen grenzen. Voorbeelden zijn opgaven rond energie, klimaat, natuur, de circulaire economie en hervorming van de landbouw. Zo wordt rioolwater grondstof en wordt energie uit oppervlaktewater gehaald. Zo kan klimaatadaptatie via natte teelvormen in de veengebieden bijdragen aan CO2-reductie en aan natuurontwikkeling. Via zonne-energie kunnen wij waterstof produceren en inzetten voor de verwijdering van complexe verontreinigingen in het rioolwater of als brandstof voor bijvoorbeeld het openbaar vervoer. En voor koeling bij extreme hitte.

Dit werkt echter pas als alle partijen met elkaar gaan samenwerken om tot goede maatschappelijk optimale en integrale oplossingen te komen.

 

Waterprincipes

Het nieuwe waterdenken via de integrale en duurzame benadering (brongericht, gebiedsgericht en co-actorgericht) heeft geleid tot drie generieke waterprincipes, die wij als leidende principes toepassen in onze BOVI2050:

Water is het ordenend principe in de ruimtelijke ontwikkeling

De ruimtelijke ontwikkeling wordt gedomineerd door de grote vraag naar extra ruimte voor woningbouw, opwekking van duurzame energie en klimaatadaptatie. Wij zijn  ervan overtuigd dat een duurzaam watersysteem een belangrijke drager is van de ruimtelijk-economische ontwikkeling. Immers, mooi en schoon water vergroot de leefbaarheid van onze leefomgeving. In die ontwikkeling speelt water een centrale rol omdat water alle ruimtelijke functies met elkaar verbindt. Wij zoeken en benutten maximaal de synergie tussen water, energie, CO2-emissiereductie, circulaire economie, natuur en klimaatverandering langs de natuurlijke processen van een gebied. Hiermee bedoelen we bijvoorbeeld dat geen woningbouw moet plaatsvinden waar het vroeger kleddernat was.

 

Denken in kringlopen

Natuurlijk bouwen we voort op de huidige inrichting van het gebied en het watersysteem en op een plek en met een ontwerp dat klimaatbestendig en CO2-neutraal is. Tegelijkertijd zoeken wij voor de toekomst naar een nieuwe balans tussen de werking en de draagkracht van het watersysteem. Denken in kringlopen helpt ons daarbij: niet alleen water opnieuw gebruiken, maar ook het schone regenwater gescheiden houden van rioolwater. Door het water terug te geven aan het oppervlakte- en grondwatersysteem sluiten we de lokale (water)kringlopen.

Maximaal schoonhouden en vasthouden van water

Het grondwatersysteem is van essentieel belang voor de watervoorziening in het gebied van Vallei en Veluwe. Op een paar plekken, zoals bij het gemaal in Terwolde,  is het mogelijk water aan te voeren uit de grote rivieren, maar het is de vraag of dit in de toekomst, in tijden van droogte, nog steeds kan. Daarom zetten wij zoveel mogelijk in op het vasthouden van water en het terugbrengen van water in de bodem. Zo sparen we water voor tijden van droogte. Tegelijkertijd helpt dit om beter om te gaan met een tijdelijk teveel aan water. We blijven agrariërs en andere (groot) grondbezitters stimuleren anders naar hun bodem te kijken. Ook gaan we inzetten op het vasthouden en schoonhouden van water in en om plassen en kanalen en in ‘de haarvaten’, zoals beken en boerenslootjes. Ook dit draagt bij aan de verbinding van momenten van teveel water aan die van te weinig water. Als we dit tegelijk ontwikkelen met het huidige denken over het sluiten van de agrarische kringlopen (kringloop landbouw) versterkt dit de duurzame ontwikkeling van het watersysteem.

 

Zuiveren aan de bron

Met behulp van een veerkrachtig, zelfregulerend watersysteem en door verontreiniging aan de bron te voorkomen, blijft het water maximaal schoon. En als het dan toch nodig is, zuiveren we zoveel mogelijk aan de bron. Al het water geven we terug aan het lokale oppervlakte- en grondwatersysteem en zo sluiten we lokale (water)kringlopen.

Daar waar we niet aan de bron kunnen zuiveren, zoals op onze rioolwaterzuiveringsinstallaties, zetten we maximaal in op het terugwinnen en verwaarden van grondstoffen. Eén van die grondstoffen is water; we willen water ‘maken’ dat de juiste kwaliteit heeft voor een volgende toepassing: industrie, een beek met hoge natuurwaarde of buitenwater (een meer of rivier). De verwaarding voeren we uit op regionale grondstoffen- en energiehubs.

Partnerschap als watermerk

Wij willen graag met een open en samenwerkingsgerichte houding in gesprek met maatschappelijke partners (publiek en privaat),  om gezamenlijk positief bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van onze leefomgeving. We werken grensontkennend en bundelen de krachten van iedereen, zonder vooraf individuele organisatiebelangen voorop te stellen. We delen op gelijkwaardige wijze onze kennis en kunde om de integraliteit van de keuzes scherp te krijgen. Samenwerking is bepalend om antwoorden te ontwikkelen op vragen van de grote maatschappelijke opgaven, zoals klimaatverandering en energietransitie. We nodigen u graag uit om dit samen met ons te doen en bovendien laten we ons graag door u uitnodigen.

 

Meer informatie

back-to-top